Regen of zonneschijn, les of geen les, dorst of geen dorst, een pintje gaat er bij vele Belgen wel altijd in. Ikzelf ben een onbeschaamde fan van onze rijke cafécultuur. “Niks gaat boven een goedgetapte, frisse pint” luidt een welgekend cliché wat volgens mij maar weinig onwaarheden bevat. En wie opgroeit met het nationaal assortiment bieren en andere trappistenpareltjes uit ons Belgenlandje, kickt maar moeilijk af van deze bourgondische gewoonte. Ons verlanglijstje is niet lang want less is nu eenmaal more: geef ons een toog, tap of trappist en een geslaagde avond is al voorzien.
No martini, no party
Aanpassing is noodzakelijk als je je verplaatst. Dus vergeet ik even mijn kroegentochten en zatte, maar filosofische gesprekken in de bruine bars uit het Gentse en trek ik mijn stoutste Italiaanse schoenen aan. Het lokale stamcafé staat in schril contrast met de rustieke, traditionele uitstraling van het dorp. De flashy lounge verwelkomt met knap personeel een massa klanten die netjes onderverdeeld worden in afzonderlijke groepjes die de geslachten strikt gescheiden houdt.
Mijn assortiment bier wordt hier vervangen door een ellenlange lijst kleurrijke cocktails met vooral campari of martini als hoofdingrediënt. De grote meerderheid lijkt voorbereid te zijn op een rode loper evenement. Ik kijk met grote ogen naar een resem (zeer) hoge hakken met de nodige bling-bling en blote billen die ondanks het frisse lenteweer trots tentoongesteld worden. Ik voel me zonder twijfel een vreemde eend in de bijt hoewel ik geboeid geniet van dit typisch Italiaans schouwspel. Mijn eerder nonchalant avondje uit in België is hier een spel van imponeren en verleiden dat ik toch liever van op een afstand observeer.
Mijn assortiment bier wordt hier vervangen door een ellenlange lijst kleurrijke cocktails met vooral campari of martini als hoofdingrediënt. De grote meerderheid lijkt voorbereid te zijn op een rode loper evenement. Ik kijk met grote ogen naar een resem (zeer) hoge hakken met de nodige bling-bling en blote billen die ondanks het frisse lenteweer trots tentoongesteld worden. Ik voel me zonder twijfel een vreemde eend in de bijt hoewel ik geboeid geniet van dit typisch Italiaans schouwspel. Mijn eerder nonchalant avondje uit in België is hier een spel van imponeren en verleiden dat ik toch liever van op een afstand observeer.
Glaasje schuim
Bij toeval ontdek ik dat er Belgisch bier geserveerd wordt, en jawel, zelfs Chimay is aanwezig op het lijstje. Voor een dikke vier euro schenkt de knappe maar zeer afgelikte barman mij een tripel in. Helaas houdt hij het flesje zodanig ondersteboven dat ik droogweg een glas vol schuim voorgeschoteld krijg.
“Het glas is helaas te klein”, verontschuldigt hij zich. Ik probeer bescheiden uit te leggen dat het glas wel op maat gemaakt is (er staat nu eenmaal niet voor niets ‘Chimay’ op geschreven) en dat je de trappist beter wat schuiner en trager inschenkt. Mijn voorzichtige raad wordt niet dankbaar in ontvangst genomen, maar vanaf mijn volgende bestelling mag ik gelukkig voortaan zelf mijn pint inschenken.
“Het glas is helaas te klein”, verontschuldigt hij zich. Ik probeer bescheiden uit te leggen dat het glas wel op maat gemaakt is (er staat nu eenmaal niet voor niets ‘Chimay’ op geschreven) en dat je de trappist beter wat schuiner en trager inschenkt. Mijn voorzichtige raad wordt niet dankbaar in ontvangst genomen, maar vanaf mijn volgende bestelling mag ik gelukkig voortaan zelf mijn pint inschenken.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten