donderdag 29 december 2011

Daniel Alliët: "Als men mij vraagt de Vlaming nog rijker te maken, dan doe ik niet meer mee."


Daniel Alliët is een priester met ballen. Lang geleden vestigde hij zich in Sint-Jans-Molenbeek, één van de meest kansarme en onveilige buurten van Brussel. Hij deelt er zijn huis met thuislozen en helpt hen een nieuw leven op te bouwen. Alliët is een verontwaardigde die durft met zijn vuist op tafel te slaan en politici met hun neus op de feiten te drukken. In zijn leefruimte, niet groter dan een studentenkamer, vertelt hij me over de rijke Vlaming als symbool voor een decadent kapitalistisch systeem, de schrijnende sociale ongelijkheid in Brussel en de verloren glorie van de Kerk.


Over kathedraalbouwers en het armoedetaboe

U bent afkomstig uit West-Vlaanderen. Waarom bent u verhuisd naar Sint-Jans-Molenbeek?
“Ik noem mezelf wel eens een omgekeerde economische vluchteling omdat ik eigenlijk gevlucht ben uit de verstikkende welvaart van Vlaanderen. Zoals je ziet is mijn woonruimte beperkt, maar het zou voor mij een nachtmerrie zijn om te leven in een villawijk waar iedereen enkel aan zichzelf denkt. Ik zou dat niet uithouden.”

Uw gemeente heeft niet de beste reputatie. Hoe komt dat?
“Het grootste probleem hier is de laaggeschooldheid van de jongeren. Sint-Jans-Molenbeek heeft heel jonge inwoners die door hun lage scholing niet aan werk geraken. De jongerenwerkloosheid van deze wijken varieert van 40% tot 45%. Dan spreekt het vanzelf dat er meer armoede en criminaliteit is. Stel je voor dat de jongerenwerkloosheid in Brugge of Roeselare tot dezelfde hoogte zou klimmen. Er zouden gegarandeerd ook rellen ontstaan.”

De kern van het probleem ligt dus bij het onderwijs?
“Grotendeels wel. Je moet weten dat in Brussel het Franstalig onderwijs 20% minder budget heeft per kind dan het Nederlandstalig onderwijs. De kwaliteit van de opleidingen is dus ondermaats én er is een tekort aan schoolgebouwen en leerkrachten. Eigenlijk zou er een soort Marshall plan moeten komen voor het onderwijs in Brussel. En minder racisme natuurlijk. Je moet als migrant bijna een betere scholing gehad hebben om evenveel kansen te krijgen als de doorsnee-Belg.
Maar daarmee is de klus niet geklaard natuurlijk. De drie W’s zijn essentieel: Wonen, Weten en Werken. Elk individu heeft nood aan een degelijke woonst waar hij rustig kan studeren om een diploma te halen en daarna werk te vinden. Maar het woontekort is hier zodanig groot dat vluchtelingen zonder onderdak alleen maar kunnen wachten. 
Het zijn nochtans dynamische gasten maar men duwt ze op straat in de ellende. Terwijl zij wel de toekomst zijn, hé. Er zijn veel te weinig sociale woningen in België. Een grootstad in Nederland heeft bijvoorbeeld 20% tot 30% sociale woningen, in vergelijking met slecht 8% in België. Dat is veel te weinig.”

Hebt u zelf last van de onveiligheid in Sint-Jans-Molenbeek? Of wordt u als priester veel eerder met rust gelaten?
“In al die jaren is het één keer toch bijna fout gegaan. Ik was met de auto verdwaald geraakt in een wijk die mij totaal onbekend was. Door de mist was ik ongewild in een doodlopend straatje terecht gekomen dat blijkbaar een populaire spot voor drugdealers was. Ze hielden me tegen en eisten natuurlijk geld, dat ik weigerde te geven. Ze lieten me vreemd genoeg snel gaan, hoewel ik thuis ontdekte dat ze stiekem mijn agenda gestolen hadden. Ze dachten waarschijnlijk dat het mijn portefeuille was.
Dat was dezelfde periode toen ‘de bende van Chicago’ nog bestond. Dat was een zaalvoetbalploeg die we samen met enkele jongeren uit de buurt opgericht hadden. Het kot was te klein toen ik hen vertelde dat ik lastig gevallen was. (imiteert met luide stem)’Wat? Hebben die u zo behandeld? In welk straatje was dat? We gaan die mannen eens rap klop gaan geven!’. Ze waren dan effectief nog gaan kijken maar ze hadden niets meer gevonden. Maar die zouden mij dus verdedigen hé.” (lacht geamuseerd)

Hoe komt het dat de sociale ongelijkheid zo groot is in België, een land dat bekend staat om zijn stevige sociale zekerheid?
“Vroeger hadden we een sociale zekerheid die al bij al de goede kant uitging. Sinds 15 jaar is dat veel minder het geval. Het is ieder voor zich nu. Zeker in Brussel. Ik woonde toen in het centrum van de stad, in het Begijnhof. Ik had mij daar gevestigd omdat dat toen nog een zeer kansarme wijk was.
Maar toen Europa een steeds belangrijkere rol begon te spelen in Brussel, werd de binnenstad massaal opgeëist door een rijkere elite die zich daar kwam vestigen. Door speculatie stond één derde van mijn straat, waaronder mezelf, binnen de kortste tijd op straat. Een paar gasten van ‘de bende van Chicago' zijn dan naar Molenbeek verhuisd en ik ben ze gevolgd.”

Bent u ze gevolgd uit een vorm van protest?
“Natuurlijk. Ik wil de mensen een spiegel voorhouden om hen ervan te overtuigen dat er dringend een sociale hervorming moet komen. We moeten de mensen uiteraard steunen maar het is nog veel belangrijker dat we protesteren dat dit niet kan. De laatste 12 jaar is Vlaanderen 50% rijker geworden, terwijl de kinderarmoede er meer dan verdubbeld is. Dat is gewoon crimineel. We kunnen daar toch onmogelijk mee akkoord gaan?”

Er zit veel verontwaardiging in uw woorden. Bent u politiek geëngageerd?
“Ik doe uiteraard aan politiek, al is het in brede zin van het woord. Aan politiek doen betekent immers ‘ervoor zorgen dat de maatschappij leefbaar is’. Ook voor mensen die weinig of geen kansen krijgen. Ik weet waarover ik spreek want ik leef tussen de kansarmen. Je maakt het allemaal mee: van hongerstakers tot ouders die hun kinderen willen verkopen.  Als je concreet iets wil bereiken, moet je je naar de politici richten. Ik weet wat armoede is, en op die manier heb ik gezag om met politici te spreken.”

Bereik je daar iets mee?
“Het is een moeizame strijd. Er zijn te weinig politieke medestanders omdat ze niet graag de vinger op de wonde leggen. Het kost teveel moeite en geld. Dat is hetzelfde met het pedofilieprobleem. De Kerk wist hier al jaren van maar durfde geen maatregelen te treffen omdat er teveel nadelen aan vast hingen. Hetzelfde gebeurt vandaag met kinderarmoede: de cijfers liegen niet maar het zou de gemeenschap teveel kosten om er iets aan te doen.”
“Ik baseer mij vaak op de uitspraak van de Braziliaanse priester Helder Camara: Toen ik eten gaf aan de armen noemden ze mij een heilige. Toen ik vroeg waarom de armen niets te eten hadden, noemden ze mij een communist, en was ik niet meer welkom
De welvarende gemeenschap apprecieert het dat er voedsel en kledij gegeven wordt aan de armen. Zolang ze niet moeten beseffen wat de oorzaak is van die armoede is. Dat is het probleem met politici. Ex-premier Theo Lefèvre zei altijd: ‘Politici zijn geen zelfmoordenaars.’ Ze moeten er altijd voor zorgen dat ze genoeg stemmen halen. En hoe doen ze dat? Door aan de eisen van de bevolking te voldoen. En wat wil de meerderheid van de bevolking? Steeds meer geld.  Sommige Vlamingen zijn zo trots dat ze minstens 4 keer per jaar een grote reis kunnen maken. De besparingen raken hun reisbudget zeker niet. En dat terwijl die kinderarmoede stijgt. Dat kan ik toch niet verdedigen?”

U verwijst hier naar de Vlamingen. Waarom niet de Belgen?
“De Belgen ook, maar de Vlaming is het ultieme symbool. Vroeger was hij de armste van België, nu is hij de rijkste en de meest hebzuchtige.  Wanneer ik binnenkort de Vlaming een gelukkig nieuwjaar zal wensen, kan ik hem toch onmogelijk wensen dat hij het financieel nóg beter zou stellen? Dan moet ik hem eigenlijk wensen dat hij minder zou hebben.”

Merkt u al vooruitgang?

“Het is een zeer traag proces. In de jaren 70 en 80 was er wel vooruitgang te merken. Maar nu gaat het zeker niet goed met de armoedebestrijding en de vluchtelingenproblematiek. Maar dat is zeker geen reden om ermee te stoppen, integendeel. Als het goed gaat, moet je voortdoen; als het slecht gaat moet je zéker voortdoen. 
Je moet het vergelijken met kathedraalbouwers. Zij die de eerste stenen legden, wisten al op voorhand dat ze de afgewerkte kathedraal nooit zouden zien. Het duurde soms een eeuw voor die er stond. Maar ze doen het toch, omdat het initiatief zo belangrijk is.”

Illustreert de crisis dan niet dat het kapitalistisch systeem aan een ondergang bezig is?
“Er zijn hier en daar wel kiemen van protest, zoals de indignados, Occupy Wallstreet, de Arabische Revolutie, enzovoort. Toch is de neoliberale strekking aanweziger dan ooit. Kijk maar naar de vorige verkiezingen. N-VA zegt de partij te zijn voor de hardwerkende, goedverdienende Vlaming. Daar heb ik niks op tegen. Vlaanderen heeft lang moeten strijden voor haar rechten. 
Maar de N-VA staat niet alleen voor cultuurflamingantisme, maar ook voor financieel flamingantisme. En bijna 40% stemt erop. Als men mij vraagt om de Vlaming nóg rijker te maken op de kap van de kansarmen, terwijl de Vlaamse ecologische voetafdruk nu al 4.3 keer te groot is, dan doe ik niet meer mee. Maar het systeem zal wel moéten veranderen, anders zal het zichzelf opblazen. Wees niet verwonderd als er een sociale revolutie komt hier en daar. Maar een ondergang is het nog niet. We stellen het nog te goed.”

Over een constructieve oplossing met een prijskaartje

U leidt bewust een sober leven, tussen de kansarmen. Hoe helpt dat hen verder?
“Ik huur in Sint-Jans-Molenbeek een gebouw van een Marokkaan die hier vroeger een café uitbaatte. Zes kamers verhuur ik tijdelijk aan thuislozen met of zonder papieren. Het is niet de bedoeling dat ze hier blijven. Hun tijdelijk verblijf hier is een springplank naar een beter leven. We leven samen als een gezin, wat het leven veel goedkoper maakt. 
Normaal verhuur ik voor een periode van maximum 6 maanden, maar dat kan variëren tot een jaar of een anderhalf jaar naargelang de omstandigheden. Nood breekt altijd wet natuurlijk. Ik herinner mij een moeder met twee kinderen die hier 3 jaar gebleven zijn tot ze papieren kregen. Je kunt die mensen niet op straat steken, hé.”

Kunnen ze de huur dan wel betalen?
“Ze moeten altijd iets betalen. Ik ben tegen het gratis-verhaal. Ze moeten bewijzen dat ze constructief bezig zijn om hun plaatsje te vinden in de samenleving. Dat wil dus zeggen dat ze werk of ten minste een nuttige bezigheid zoals vrijwilligerswerk of een opleiding moeten zoeken. Zelfs mindervaliden gaan we niet van ’s morgens tot ’s avonds voor de televisie zetten.”

Is het niet vreemd dat iemand die zich onvoorwaardelijk inzet voor kansarmen tegen het gratis-verhaal is?
“Integendeel. Alleen maar krijgen is niet goed. Het is slechts een tijdelijke oplossing maar het verandert fundamenteel niks aan het probleem. Dat is zoals de weggeefacties van de voedselbank. Op het einde van het jaar applaudisseren ze dan voor zichzelf omdat ze 20 000 mensen meer hebben bereikt dan het vorige jaar. Ze zouden moeten beschaamd zijn, want dat zijn er 20 000 teveel.”

Sluit je zo niet onvermijdelijk mensen uit? Er zullen toch wel mensen zijn die niets kunnen betalen.
“Zoals ik al zei: nood breekt altijd wet. Eén van onze initiatieven is dienstencentrum ‘Het Anker’ dat klaar staat voor mensen in hoge nood. Je kunt er voor 20 cent een koffie drinken, maar voor iemand zonder geld die honger en dorst heeft, wordt natuurlijk een uitzondering gemaakt. 
Onze deur staat ook voor iedereen open. Dat lijkt vanzelfsprekend maar dat is het niet. Een organisatie zoals Poverello ontvangt alleen kansarmen vanaf 50 jaar met een lidkaart in hun bezit. Jongere mensen mogen er niet in, uit vrees voor drugsproblemen.  Elke ochtend ontvangen we minstens 100 mensen, waarvan meer dan de helft zonder papieren. Wanneer het vriest zijn dat er natuurlijk nog veel meer.

Een ander voorbeeld is het kerstfeest dat we elk jaar organiseren. Mits een kleine bijdrage kunnen de mensen er eten en drinken. We organiseren ook een toneelstuk gespeeld door kansarmen. Wie niet kan betalen, mag dan gratis naar het feest komen, maar ze moeten wel heel het jaar komen repeteren om de toneelvoorstelling tot een goed einde te brengen. Opnieuw: ze doen eerst een bijdrage en dan krijgen ze er iets voor terug. Dat werkt veel motiverender en is veel menswaardiger.”

Over de verloren glorie van de Kerk

Klopt het dat religie en zingeving voor u meer een kwestie is van actie ondernemen in plaats van teksten te prediken uit de Bijbel?
“Natuurlijk. Jezus was de zaterdagavond in de synagoge, maar de rest van de week was hij daar niet veel te vinden. Dat geldt ook voor mij. Maar ik verzorg graag de viering op zondag waar we samen spreken over wat er gebeurt in onze samenleving. Dat gebeurt op een heel volkse manier met concrete voorbeelden uit de krant. We voorzien nadien ook altijd een spreekmoment met koffie en taart. Ik ben ervan overtuigd dat je als religieuze instelling een plek nodig hebt om af en toe te bezinnen, anders ga je doodbloeden.”

Is de Kerk niet al aan het doodbloeden?
“Het aantal kerkgangers is uiteraard niet groot. Hoe komt dat, denk je?”

De Kerk gaat niet mee met haar tijd?
“De Kerk loopt hopeloos achter (zucht). Denk maar aan het verplichte celibaat. Dat is het symbooldossier. Ze hebben me ooit gevraagd om in de parochie van Brugge daarover 20 minuten te komen spreken met andere collega’s. Ik heb daar maar 2 minuten willen over praten omdat ik het te gek voor woorden vind. Ik kom daar ook open voor uit dat ik het absurd vind en het de moeite niet vind om erover te discussiëren.”

De Kerk is dus toe aan stevige hervormingen. De afschaffing van het verplichte celibaat zou misschien een stap in de goede richting zijn om de zalen opnieuw vol te krijgen.
“Maak je maar geen illusies. Kijk maar naar de protestante kerk in Nederland. Daar is het wel toegestaan dat vrouwen dominee worden en dat dominees mogen trouwen. Toch blijft de opkomst even klein. Sommigen vrezen zelfs dat de protestantse kerk in Nederland zal ophouden te bestaan. 
Begrijp me niet verkeerd, ik blijf een tegenstander van het verplichte celibaat. Het is absurd dat sommige priesters die relatieonbekwaam zijn, met fierheid verkondigen dat zij voor iets belangrijkers gekozen hebben dan een relatie met iemand, namelijk een relatie met God. Dat zijn rare kwasten. Misschien geen slechte mensen, maar wel zieke mensen.”

Wat is de oplossing dan wel?
“Vroeger zaten de kerken voller omdat er meer macht mee gemoeid was. De Kerk was een absolute en corrupte machtsstructuur. Je had er alle baat bij om je aan te sluiten bij de CVP of de Christelijke Mutualiteit. Daarom dat de Kerk zoveel volk trok. 
Vandaag heeft de Kerk aan macht ingeboet en gaat religie terug naar de kern van de zaak: liefde en gerechtigheid. En dat is geen succesverhaal. De Vlaming is niet zozeer uit op solidariteit, maar wel op zelfvoorziening. Het evangelie staat haaks op onze kapitalistische samenleving. Je mag de mis nog zo modern maken zoals je wilt, geëngageerde christenen zullen altijd in de minderheid zijn.” 







3 opmerkingen:

  1. Knap interview ... zoals we Daniël kennen hé!Onvermoeibaar, een dwarsligger met een zeer groot hart!

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Jean-Pierre Dessin23 januari 2012 om 09:15

    Een priester die zijn mening verkondigt wat betreft sociale ongelijkheid én er ook naar handelt. Prachtig interview en het doet me denken aan het werk van Dr. Gerard Daniëls in Oostende.

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Deze woorden zijn zo echt, zo diepmenselijk, zo sereen !

    BeantwoordenVerwijderen