Of waarom een tweetalige hoofdstad de Belgische politiek zo complex maakt
De 541 lange onderhandelingsdagen om een regering te vormen, illustreren de complexiteit van het Belgische politieke landschap. Eén van de meest omstreden onderwerpen op de agenda: Brussel. Is Brussel het kloppend hart van koninkrijk België, of de rotte appel waaraan de Belgen bijna ten onder zijn gegaan? U ontdekt het aan de hand van een aantal stellingen.
“Het is pas sinds enkele jaren dat Brussel het knelpunt van de Belgische politiek is geworden.”
FOUT. Brussel is al lang een moeilijke kwestie in de Belgische politiek. De discussies laaiden pas echt op toen er in 1970 een einde kwam aan het unitaire België en het land werd omgevormd tot een federale staat. De menings- en cultuurverschillen tussen Vlamingen en Walen werden te groot en het unitaire België bleek niet opgewassen tegen de radicalisering van de Vlaamse en Waalse beweging.
Gevolg: België werd politiek opgedeeld in Vlaanderen en Wallonië. En dan was de grote vraag: wat gebeurt er met het beleid van Brussel? In theorie ligt de stad aan de Vlaamse kant van de taalgrens, maar tegelijkertijd wonen er veel meer Franstaligen op Brussels grondgebied.
Beide bevolkingsgroepen waren elk een andere mening over Brussel toegedaan. De Vlamingen wilden Brussel als een neutrale hoofdstad en ontmoetingsplaats voor iedereen, waar zowel Franstaligen, Nederlandstaligen als Duitstaligen inspraak hadden op het beleid. De Walen en de Brusselaars echter, eisten een drieledig België met Brussel als volwaardig gewest dat instaat voor haar eigen beleid.
En naar Belgische gewoonte is daar een complex compromis voor gemaakt. Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest werd, naast het Vlaams gewest en het Waals gewest, de derde volwaardige speler in het Belgisch beleid. De gewesten kregen de bevoegdheden voor de plaatsgebonden materies zoals economie, landbouw, vervoer, enz.
Daarnaast werd er ook tegemoet gekomen aan de Vlaamse eis. Zo ontstonden de Vlaamse gemeenschap, de Franse gemeenschap die bevoegd waren voor de persoonsgebonden materies zoals cultuur, onderwijs, welzijn en gezondheidszorg. Om het geheel nog wat complexer te maken, werd nog een Duitstalige gemeenschap opgericht met dezelfde bevoegdheden.
“In Brussel is de officiële taal eigenlijk het Nederlands want het ligt in Vlaanderen.”
FOUT. Brussel behoort met 19 andere gemeenten tot het Brussels Hoofdstedelijk Gewest waar zowel Nederlands als Frans de officiële talen zijn. Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is eigenlijk een eilandje dat zich bevindt aan de Vlaamse kant van de taalgrens, maar het is dan ook het enige gebied in België waar de beide talen als officieel worden beschouwd.
Taal is tot op vandaag altijd een zeer gevoelig thema gebleken. Vroeger was het Frans de enige taal die van tel was in België. De Vlamingen kwamen in opstand en gingen de taalstrijd aan via de Vlaamse beweging, hoewel die niet sterk genoeg was om tegelijkertijd de taalrechten in Vlaanderen én in Brussel te verdedigen.
Integendeel, de steeds verdergaande verfransing van de hoofdstad werd de prijs van de taalemancipatie die de Vlamingen hebben moeten betalen. Terwijl Vlaanderen dus vernederlandste, verfranste Brussel verder. Volgens een onderzoek van het BRIO (Brussel Informatie-, Documentatie-, en Onderzoekscentrum) zou meer dan 50% enkel Frans spreken thuis t.o.v. slechts 9% enkel Nederlands.
Om de Nederlandstalige minderheid in Brussel op een efficiënte manier te beschermen, ontstond er een ingewikkeld systeem van beveiligingstechnieken en pacificatiemechanismen. In de uitvoerende organen en hun administraties werden strikte taalverhoudingen vastgelegd. Daarnaast moeten vetosystemen de rechten van de Nederlandstaligen bewaken. De taalwetgeving werd een werk van lange adem dat pas na een eeuw afgerond werd. Desondanks blijft de taalkwestie in Brussel tot op vandaag een bron voor frustratie voor alle bevolkingsgroepen, binnen en buiten Brussel.
“Brussel heeft een diverse, multiculturele samenleving die grote uitdagingen met zich meebrengt.”
JUIST. Brussel is inderdaad geen loutere tegenstelling meer tussen Frans- en Nederlandstaligen. Toen in de jaren 70 de regularisatie van illegale inwoners werd ingevoerd, kwamen er veel arbeiders naar Brussel om er een beter leven op te bouwen. Intussen huisvest Brussel de zetel van de NAVO en de voornaamste zetel van de Europese instellingen.
Al die mensen samen hebben een enorme migratiestroom veroorzaakt die een natuurlijke bevolkingsaangroei overstijgt. Zo is Brussel een echte etnische stad geworden. Meer dan 67,9% van de Brusselse hoofdstad is van buitenlandse origine. Volgens een studie van het UAB (Universitaire Associatie Brussel) zullen er de komende 10 jaar nog eens 170 000 nieuwkomers bijkomen.
Deze internationalisering creëerde echter wel een significante sociale ongelijkheid. De onderklasse van goedkope arbeidskrachten uit voornamelijk Marokko en Turkije staan in fel contrast met de rijke transnationale elite die werkt voor de Europese Unie. Dan is het begrijpelijk dat dit bepaalde moeilijkheden en uitdagingen met zich meebrengt. In een stad waar meer dan 50 verschillende talen gesproken worden door mensen met verschillende culturen en religies, is het geen gemakkelijke opgave om een geslaagde sociale integratie voor iedereen te verzekeren.
Het armoedeprobleem in Brussel is dan ook schrijnend. Ondanks het feit dat Brussel tot één van de drie rijkste regio’s van Europa behoort, leeft meer dan een kwart van de bevolking in armoede. Er leven nog steeds meer dan 100 000 mensen op straat. In sommige wijken groeit één op twee kinderen op in een gezin waar niemand werk heeft terwijl in dezelfde wijken bijna één op twee jongeren werkloos is. Bijgevolg ligt de levensstandaard in deze wijken drie keer lager dan in de rijkste gemeentes.
“Onderwijs in Brussel bevordert de sociale ongelijkheid.”
JUIST. Dat klopt helaas. Zoals eerder vermeld zijn het de gemeenschappen die bevoegd zijn voor het onderwijsbeleid. In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betekent dit concreet dat er twee onderwijsstructuren zijn: die van de Vlaamse gemeenschap en die van de Franse gemeenschap.
Hoewel beide gemeenschappen hetzelfde onderwijsmodel gebruiken, hanteren ze allebei een compleet andere budget. De taalverdeeldheid maakt dat het Franstalig onderwijs 80% van de Brusselse leerlingen voor haar rekening neemt, tegenover 17% in het Nederlands onderwijs. De overige leerlingen zitten in internationale scholen.
De Vlaamse gemeenschap pompt dus veel geld in een klein deel van het onderwijs, terwijl de Franse gemeenschap veel minder geld kan besteden aan een veel groter deel. Concreet betekent dit dat de Vlaamse gemeenschap voor elke leerling in het basisonderwijs 22,7% meer uitgeeft dan de Franse gemeenschap. En alsof de situatie nog niet schrijnend genoeg is, kampt het Brussels onderwijs door de snelle bevolkingsgroei met een groot tekort aan scholen en leerkrachten.
“Er moet dringend een betere coöperatie tussen de twee gemeenschappen komen”, benadrukken onderzoekers Donat Carlier en Rudi Janssens in hun rapport Het onderwijs in Brussel. “We pleiten voor meer onderzoek naar de onderwijsproblemen om gerichtere antwoorden te kunnen geven. Dat vereist meer transparantie en inkijk in de databestanden van de beide gemeenschappen. Samenwerking is essentieel om op een effectieve manier de maatschappelijke kloof in Brussel te dichten.”
Geen opmerkingen:
Een reactie posten